Auteur: Erika Robuck
Frankrijk, 1944. Virginia Hall zet voet op Franse bodem. Ze is Amerikaanse en een zeer gewaardeerde spionne binnen de SOE (Special Operations Executive), een Britse organisatie die nazi’s bespioneert en saboteert. Ze is radiotelegrafist, wat wil zeggen dat ze via een geheime zender de communicatie met de leidinggevenden in Londen verzorgt. Haar uiteindelijke bestemming is het berggebied van de Haute-Loire.
Haar
doel – het organiseren van droppings ter bevoorrading en bewapening
van de verzetstroepen.
Hoewel de auteur haar best doet een
meeslepend levensverhaal neer te zetten, komt De onzichtbare vrouw
toch vooral over als een verslag, een opsomming van Halls
handelingen. De manier van schrijven heeft het niet in zich de lezer
mee te slepen.
Pas in het nawoord geeft Robuck toelichting bij
het personage Virginia Hall, een verzetsheldin die echt bestaan
heeft.
“De onzichtbare vrouw” is een mengeling van feiten
en fictie. Ondanks de verschrikkelijke omstandigheden waarin Hall en
anderen hun werk moesten doen, weet het boek niet echt te raken. Te
veel verslaggeving, te weinig emotie.
Maar al bij al toch een vlot lezend boek en geeft een beklijvende beschrijving van bezet Frankrijk.
