woensdag 25 maart 2020

Scheikunde voor in bed, op het toilet of in bad



Auteur: Ludo Juurlink



Afbeeldingsresultaat voor scheikunde voor in bed op het toilet of in badDe titel doet denken aan een moppenboekje. Zo eentje met cartoons op elke bladzijde waar je supersnel doorheen bladert. Niets is minder waar. Scheikunde voor in bed, op het toilet of in bad is een serieus boek waarin de auteur voor iedereen zo eenvoudig mogelijk de basisprincipes van de scheikunde uitlegt. Hij doet dit op een toegankelijke manier zonder (over) te simplifiëren. Het is niet moeilijk, iedereen kan het volgen maar je moet er wel een beetje moeite voor doen. Het kopje erbij houden is de boodschap.

Scheikunde is volgens Juurlink de centrale wetenschap. Ze verbindt verschillende andere wetenschappen (wiskunde, fysica, biologie en hun deeldisciplines) én staat centraal in heel wat maatschappelijke discussies. Al beseffen we dat niet altijd. Daarom dat dit zo’n interessant boek is.

In tegenstelling tot filosofie, wiskunde en natuurfilosofie, de latere natuurkunde of fysica, is scheikunde een jonge wetenschap. Omdat scheikunde gebaseerd is op moleculen en atomen, en atomen pas voor het eerst ter sprake kwamen rond het einde van de 18de, begin 19de eeuw, is deze wetenschap pas enkele honderden jaren oud, Ze heeft dus een paar duizend jaar achterstand. 

Bijna als vanzelfsprekend begint Juurlink zijn boek met een beschrijving van het Periodiek Systeem van elementen. Die grote tabel die in elk laboratorium en in veel klaslokalen aan de muur hangt. Deze tabel is de bijbel van de scheikunde en de onnoemelijke hoeveelheid informatie die het bevat kan bijna elk chemisch verschijnsel verklaren. Daarna wordt de atoomstructuur onder de loep genomen. Van het eenvoudige basisidee van Dalton tot de huidige kwantummechanische visie ervan. Nadien gaat het over moleculen en chemische bindingen die uiteindelijk enkel te maken hebben met de buitenste ‘valentie’elektronen van het atoom. Het wordt duidelijk hoe atomen op verschillende manieren aan elkaar kunnen binden en hoe je daar eigenschappen van stoffen uit kan afleiden.

Er zijn miljarden en miljarden atomen en moleculen om ons heen. Met zo’n grote getallen werken is moeilijk. Daarom hebben scheikundigen het begrip ‘mol’ ingevoerd. De mol is essentieel voor scheikunde en wordt dus uitvoerig belicht. Daarna komen chemische reacties aan de beurt met hun thermodynamische grondslag en kinetiek. Neerslagreacties, zuur-base reacties en redoxreacties worden uit de doeken gedaan, veelal aan de hand van praktische voorbeelden uit het dagelijks leven.

We zijn ongeveer in de helft van het boek en van mij had het hier mogen stoppen. In de tweede helft van z’n boek probeert de schrijver de uit te leggen dat scheikunde alomtegenwoordig is. Hij legt de scheikundige achtergrond bloot van een roestende fiets hoe we iets proeven met onze tong, hoe in onze cellen stoffen en energie geproduceerd en aangemaakt wordt, wat er gebeurd als we ademen en eten en nog veel meer. Allemaal enorm interessant en, het moet gezegd, goed en begrijpelijk uitgelegd. Maar om alles goed uitgelegd te krijgen moet de auteur uitweiden. Heel dikwijls gaat het over organische scheikunde en biochemie waarvan hij de basis jammer genoeg niet (voldoende) aanbrengt. Daardoor wordt het geheel moeilijker te volgen. Dezelfde opmerking geldt voor de voorbeelden die op het einde van het boek gegeven worden rond maatschappelijke thema’s als drinkbaar water, onze atmosfeer en klimaatverandering.

Maar laat dat laatste vooral de pret niet bederven. Lezers met een gezonde interesse in exacte wetenschappen en een grondiger inzicht willen krijgen in scheikunde komen zeker aan hun trekken.

Geen opmerkingen: