
auteur: Clare Allan
N. gaat iedere dag naar het Abbadon, een psychiatrisch centrum in Londen. Zij is een van de "drabbers", de gelukkigen die elke avond naar hun appartementje mogen beneden aan de heuvel. De "floppen" moeten in het tehuis blijven en het hoe hoger het verdiep is waarop je woont, hoe gekker je bent. Het achtste verdiep is het verdiep waar niemand van terugkomt. Elk verdiep heeft maar 26 patiƫnten: zoveel als er letters in het alfabet zijn. De enige hoop van de floppen is, dat als iemand van de drabbers weg gaat, iedereen met die letter uit het alfabet, een etage mag zakken. Alles verandert als Pollyanne wordt onstlagen, zogenaamd genezen en Poppy, een glamourgirl, die geen flop is, in haar plaats komt. Poppy beweert dat ze er geheel onterecht zit en dat ze zo snel mogelijk uit het Abbadon weg wil. Ze wil dat proberen met de hulp van N.
Het is een beetje een raar boek, verteld vanuit het standpunt van iemand die onder de invloed is van alle soorten van medicatie en "die al een drabber was van voor ze geboren werd". De vertelstijl is dan ook een beetje verward, zoals zo'n persoon ook is, maar het stoort niet. Het is een grappig boek, met de verschillende figuren die in het tehuis rondlopen en dan heb ik het niet alleen over de bewoners.
De vraag is uiteindelijk wie er nu eigenlijk gek is en wie niet, maar is ook een satirische aanklacht tegen het Britse zorgsysteem.
Clare Allan bracht een derde van haar leven zelf in psychiatrische instellingen door en weet dus wel waarover ze spreekt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten