Aureur: Dan Brown
Het (echt bestaande) National Security Agency (NSA) is een ultra-geheime Amerikaanse inlichtingendienst die met krachtige computers vijandelijke codes dient te onderscheppen en deze dient door te geven aan de CIA en andere inlichtingendiensten wereldwijd. Als een van de computers doldraait op een onbreekbare code wordt Susan Fletcher ter hulp geroepen. Zij ontdekt dat het NSA gechanteerd wordt en dat er nationale en internationale rampen dreigen wanneer terroristische en criminele organisaties de sleutels in handen krijgen.
Alhoewel het boek vijf jaar voor de Da Vinci Code werd geschreven, zit de typische schrijfstijl van Brown er al duidelijk in. Een James Bond verhaal aprés-la-lettre. Waar Ian Fleming zijn held toch nog meestal ‘geloofwaardig’ ten tonele kan voeren, is het bij Dan Brown dikwijls erover. Een voorbeeld. Wanneer David, Susan’s verloofde, tussen een honderdtal identiek geklede punkers op een party die ene moet vinden met de gezochte ring, vind hij deze punker toch wel zeker. Anderzijds, wanneer de beslissende code moet ingegeven worden, die hun reeds cryptisch bekend is, is dat gegeven al op voorhand ‘getelefoneerd’, althans als je een beetje meedenkt. Het Juvenalis dilemma is een beetje in het zelfde bedje ziek als de Da Vinci Code, de protagonisten lukt alles. Wat mij persoonlijk in deze roman vooral stoort is de ‘American way of living’, dat we maar al te best kennen van de Amerikaanse films. Revolvers en bruut geweld, de goede die plots een slechte blijkt te zijn.
Voor wie van dit genre houdt blijft het echter een spannende thriller.
Het idee van het verhaal is ijzersterk, wat ook tot uiting komt in de eerste helft, maar nadien glijdt de roman af naar pure Amerikaanse stationsromantiek. Het Bernini mysterie is nog steeds zijn (enige) beste, naar mijn oordeel.










