Jean Paul Van Bendegem
De toestand is hopeloos, maar vrolijk.
Dat is zowat de boodschap die Jean Paul Van Bendegem ons wil meegeven.
Dit is een poging tot een autobiografie, al moeten we dat niet al te strikt nemen. Jean Paul Van Bendegem is genoegzaam bekend als filosoof, atheïst, wiskundige en vrolijk mens. Atheïst zijn is niet zo vanzelfsprekend (of misschien weer net wel?) als je weet dat zijn grootouders langs moeders kan fervente katholieken waren en die aan vaders kant fanatiek gereformeerd. Dit resulteerde in brandende discussies tussen beide families over de bijvoorbeeld de kwestie of je nu elke dag een stukje uit de bijbel moet lezen, dan wel dat als je datzelfde boek vastneemt, het een gat in je hand zal branden!
Dat de mens een raar beestje is, hoeft geen betoog. Dat we überhaupt kunnen samenleven, strekt tot enige verbazing, maar je kan je beter vrolijk maken over de dingen des levens, dan alles zwaar op de hand te nemen. Het maakt de zaak leefbaarder, gemakkelijker.
Van Bendegem probeert in dit boek -zonder academisch te worden- zijn visie op het leven, de dood, het geloof -of net niet-, de wetenschap, de maatschappij,... te geven. De verbazing en lichte ergernis over wat een complex en intrigerend bestaan dit is, is nooit ver weg.
Het is een goed boek, duidelijk en bevattelijk geschreven en de man maakt vele punten om op zijn minst over na te denken, zeker ook voor niet filosofen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten