dinsdag 30 april 2013

Grepen uit de geschiedenis van de Wiskunde

Auteur: A.W. Grootendorst


Grotendorst probeert een beknopte en per definitie onvolledig en arbitrair overzicht te geven van de wiskunde.  Hij doet dit in een zware academische taal en veronderstelt een wiskundekennis die dat van de gemiddelde hoger opgeleide lezer overstijgt.


In een eerste deel geeft de auteur een overzicht van wat wiskunde zoal omvat en hoe theorieën ontstaan en verspreid worden, en plaatst dit in een historische context. In een volgend deel gaat het over het omgaan met getallen in de Oudheid.  Uiteraard komen Pythagoras, Euclides en andere Oude Grieken hier uitgebreid aan bod.  Enkele interessante en zelfs leuke weetjes over de getaltheorie worden aangehaald en uitgewerkt.  Daarna wordt stilgestaan bij de ondermaatse kennis en teloorgang van de wiskunde in de (vroege) Middeleeuwen en de rol van de kerk en religie hierin.  Vanaf de zestiende en zeventiende eeuw neemt de wetenschap in het algemeen weer een hogere vlucht. Dit wordt onderstreept door een overzicht van het leven en werk van Euler, één van de briljantste wiskundigen uit de geschiedenis.  Hij wordt niet voor niets de vader van de analyse genoemd.  Vanaf de achttiende eeuw wordt de wiskunde heel divers en opgesplitst in verschillende deelgebieden.  Grotendorst haalt enkele problemen aan die in die tijd gesteld en opgelost werden en maakt duidelijk dat interdisciplinaire samenwerking nodig is.  Toen al!

Grepen uit de geschiedenis van de wiskunde is een interessant boek maar het vraagt doorzettingsvermogen en toch enig wiskundig inzicht om het uit te lezen.  Jammer van het academisch taalgebruik.  Een aanrader voor de freak...

Geen opmerkingen: