Auteur: Ian Fleming
James Bond wordt aan de Japanse sectie van de geheime dienst uitgeleend. Want deze laatste zit met een vervelend probleem: een krankzinnige professor heeft op een afgelegen Japans eiland een kasteel ‘des doods’ opgericht, de tuinen volgestouwd met giftige slangen, struiken, heesters, bomen en een vijver met vraatzuchtige piranha’s. De Japanners kunnen hier naar hartenlust zelfmoord komen plegen, wat zeer tegen de zin is van de regering. Een Japanner zou volgens de traditie de zaak niet kunnen oplossen door bijvoorbeeld de man in kwestie te elimineren, daarom moet Bond deze zaak komen klaren. Wanneer Bond met hulp van een knap inlands meisje (Kissy is een Ama, een parelduikster) het eiland bereikt, blijkt zijn verwondering groot. De krankzinnige professor is niemand minder dan zijn aartsvijand Ernst Stavro Blofeld. Wanneer James Bond het kasteel weet te vernietigen is hij zelf zodanig verwond dat hij zich niets meer herinnert. Kissy verzorgt hem en laat hem geloven dat hij een eenvoudige visser is. Intussen laat Bond’s chef M in Engeland een respectvol doodsbericht verschijnen. Het verhaal is sterk, spannend (even goed als ‘On her Masjesty’s secret service’) maar ook soms een beetje erover, à la Dan Brown. Boek 12 van de hand van meesterverteller Fleming.
Anderzijds is Bond’s opleiding door de Japanse geheime dienst vermakelijk.
Het scenario van de film had behoudens enkele details helemaal niets meer van doen met het boek. (herlezen 07.2010)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten