zondag 3 april 2011

De tijd van verwondering


Richard Holmes

Een boek over de wetenschap in de tijd van de Romantiek.
In de tweede helft van de 18e eeuw begonnen hoe langer hoe meer jonge mannen zich te interesseren voor de wetenschap. Het was in om de natuur te bestuderen, grote reizen te maken naar onbekende gebieden, en de mensen te verbazen met je ontdekkingen.
Het was een scharnierpunt in de wetenschapsgeschiedenis, een spannende tijd waarin alles nog te ontdekken was.

Holmes schrijft over Joseph Banks, botanicus op de Endeavour van kapitein Cook, over William en Caroline Herschel, over Humphrey Davy, diens assistent Michael Faraday,... maar ook over schrijvers als Mary Shelley, wiens Monster zeker geïnspireerd werd door de wetenschappelijke vorderingen van die tijd.
Er wordt ook veel gefilosofeerd en hoe de kunst, de wetenschap en de maatschappij elkaar beïnvloeden.

Een heel sterk boek, vlot geschreven, niet idolaat, er is zeker ook oog voor het harde werk dat aan de ontdekkingen vooraf ging, voor de fouten van de mens achter de wetenschapper en de fouten die wetenschapper maakt, maar ook met het waarom dat dat geen ramp is en kan leiden tot betere inzichten.
Het laatste derde deel van het boek mocht, wat mij betreft wat korter, wegens te weinig wetenschap en te veel poezie en filosofie en verder is het boek geschreven vanuit een zeer Brits standpunt (die eeuwige rivaliteit met Frankrijk), maar over het geheel genomen is het een heel interessant boek.

Geen opmerkingen: