donderdag 23 juni 2011

De koning


Kader Abdolah

In dit boek wordt verteld over het leven van sjah Naser van Perzië. Deze vorst leefde in de 19e eeuw en kan worden beschreven als een verlicht despoot. Zijn vizier (onze premier) is een vooruitstrevend man, die inziet dat vooruitgang belangrijk is; treinen, de telegraaf, fabrieken zouden de economie van het land een boost geven. Zeker omdat de sjah het "beu is om de koning te zijn van armen, bedelaars en zieken." De moeder van de koning en haar aanhang zijn echter gekant tegen de vernieuwing, omdat zij heel veel profijt hebben bij het oude systeem.

Een verhaal, waargebeurd, van macht(smisbruik), van kortzichtigheid, van willen en niet willen, internationale belangen (Engeland en Rusland vochten toen ook al om de knikkers in Perzië),...
Een boek dat ook inzicht geeft in het onstaan van conflicten die nu nog altijd nazinderen bv. in Afghanistan. Het blijft een roman en is dus geen naslagwerk.
Het was een goed boek, maar Het huis van de moskee van dezelfde schrijver was een stuk beter.

De 100 jarige die uit het raam klom en verdween


Jonas Jonasson

Allan Karlsson wordt vandaag 100 jaar. Het wordt een groot feest in het bejaardentehuis, alleen heeft Allan er geen zin in. Hij is het beu op elke morgen pap te moeten eten, een borrel mag niet, want dat is slecht voor de gezondheid, bovendien is hij het beu om bang te zijn van zuster Alice. Het enige waarop hij wacht in het tehuis is de dood. En ook dat is hij beu, dus besluit hij om uit het raam te stappen -gelukkig is zijn kamer op het gelijkvloers- en gaat op avontuur. Allan is nog erg kwiek en vlug van geest voor zijn 100 jaar en met zijn gewone zorgeloosheid gaat hij naar het busstation om op de eerste bus te stappen die daar vertrekt. Terwijl hij wacht, vraagt een jongeman om even op zijn koffer te passen terwijl hij naar het toilet moet. Dat doet Allan, maar wanneer de jongeman nog niet terug is als de bus gaat vertrekken, neemt de bejaarde de koffer maar mee. Dit is het begin van een geweldig avontuur. Parallel met dit verhaal wordt ook het onwaarschijnlijke leven van Allan beschreven. Allan heeft namelijk nogal wat groten der Aarde ontmoet in zijn lange leven en hier en daar de loop van de geschiedenis mee bepaald.

Dit is een heel plezierig boek om te lezen, grappig, vlotte stijl, een Pippi Langkous ontmoet Forrest Gump-verhaal. Ongeloofwaardig, maar een kniesoor die daar op let. Ideaal voor bij een drankje in het zonnetje. Nadien zal je vast ook eens nadenken over wat jij zou doen, als je net als Allan uit het raam zou klimmen en alles achterliet om opnieuw te beginnen.

vrijdag 17 juni 2011

Het diner


Herman Koch

De ik-verteller gaat samen met zijn vrouw uit eten. In een duur restaurant, geheel tegen zijn zin. Ze zullen gaan eten met een ander koppel, die niet meteen hun beste vrienden zijn.
Waarom ze dan toch samen gaan eten? Hun respectievelijke zonen hebben iets misdaan en daar moeten ze het eigenlijk eens over hebben.
Pas door het verhaal te lezen kom je te weten met wie de ik-verteller gaat eten en wat er gebeurd is. Het meest schokkende en verrassende vond ik de oplossing die de verteller voorstelt.
Ik blijf opzettelijk vaag over het plot, voor het geval je zelf het boek wil lezen.

Er is nogal een hype geweest rond dit boek en ik had dan ook hoge verwachtingen, die helaas niet helemaal zijn ingevuld. Nu moet ik er wel bij vermelden dat ik over het algemeen niet zo'n fan ben van Nederlandse schrijvers. Er is iets in hun stijl die me niet aanspreekt.
Toch is het wel een boeiend boek, je wil echt wel weten wat er nu juist gebeurde en wat de ouders met dit alles gaan doen. Het minste wat je kan zeggen, is dat het je doet nadenken wat je zelf in die situatie zou doen.
Laat me stellen: goed zonder meer.

donderdag 16 juni 2011

Het lied van de grotten


Auteur: Jean Auel

Hoe begin je aan boekbespreking van een 770 bladzijden tellend turf ? Om te beginnen is het boek niet een complete afgang geworden, zoals in de eerste lezersbrieven werd geschreven die kort na het verschijnen van het zesde– en wel degelijk definitief – laatste deel van de saga van de aardkinderen, de toon aangaven. Alhoewel ik de ontgoochelde lezers, die slechts een paar hoofdstukken ver waren, wel kan begrijpen, onmiddellijk daarover meer.
“Land of the painted caves” heet de oorspronkelijke titel. Op het eerste zicht een onbegrijpbare vertaling maar als je boek uit hebt, kan je inkomen wat de vertalers bedoeld hebben. Anderzijds zou “het land van de beschilderde grotten” en even goede titel kunnen geweest zijn, maar dat dan toch even terzijde.
“Het lied” begint heel spannend. Een groep reizigers, waaronder de protagonisten Ayla, Jondolar en de voornaamste leiders, stuiten op een grote groep holenleewen die hen de weg versperren. Door een doordacht aanvalsplan, slagen ze erin om het alfamannetje en het alfawijfje te doden, waardoor ze de enorme carnivoren op de vlucht kunnen jagen. Maar na dit eerste indrukwekkende hoofdstuk valt het boek stil. De Zeladoniërs (Jondolars volk) gaan zoals elk jaar naar de Zomerbijeenkomst, waar verbintenissen (soort huwelijk) worden aangegaan tussen de verscheidene grotten, jachtpartijen worden georganiseerd (om de wintervoorraden op peil te brengen) en waar de Zeladoni’s (de geestelijke leiders en medicijnvrouwen) gezamenlijk De Moeder (god) vereren. Ayla is inmiddels acoliet (leerling) van de Zeladoni geworden. Hoewel zij slechts leerling is, overklast ze op verscheidene terreinen de leer en de kennis van de Zeladoni’s en dat terwijl haar eigen Zeladoni van de negende grot de Eerste is om De Moeder te dienen (wat zoveel betekent als het opperhoofd van alle Zeladoni’s)
Alleen heeft Ayla weinig kennis van psychologische processen tussen de mensen en dat zal later in het boek haar zuur opbreken. Maar zoals gezegd er gebeurt niets. Eigenlijk worden deel 1 tot deel 5 opnieuw verteld, doordat Ayla, Jondolar, de mensen en de Zeladoni’s verhalen aan elkaar vertellen die men allemaal gelezen heeft in de vijf voorgaande delen. Dan besluit de Eerste om Ayla’s opleiding verder af te werken. Daarvoor dient ze, samen met een delegatie, ver afgelegen grotten en heilige plaatsen (beschilderde grotten, type Lascaux) te bezoeken. Ellenlange pagina’s worden er ‘verspild’ over de beschrijving hoe de mammoeten, holenleeuwen, reuzenherten en hyena’s op de beschilderde stenen ondergrond eruit zien. En net wanneer je denkt dat je alles reeds meermaals gehad hebt, begint het verhaal pas echt goed (maar dat pas na 350 bladzijden). Op doorreis naar een van de heilige grotten, stuit het gezelschap op de eerste misdadigers in de moderne zin van het woord. Een groepje plunderaars, verkrachters en moordenaars. Met behulp van de paarden en natuurlijk Wolf kunnen ze de mannen gevangen nemen en uitleveren aan de dichtbijgelegen grot, waar er zich net een vergadering plaats vindt van de plaatselijke Zeladoni’s. Deze geestelijke leiders geraken er niet uit of ze een doodstraf (met gif) moeten uitspreken dan wel een andere gepaste straf, tot het volk het heft in eigen hand neemt en de moordenaars doodschopt. De volgende Zomerbijeenkomst, het jaar daarop, wordt Ayla “geroepen” door De Moeder (ze krijgt een visioen door hallucinerende drank), die haar mededeelt dat haar medische zienswijze waardoor kinderen geboren worden niet door een geest maar door het “sap” van de man, de juiste is. De Zeladoni’s vinden deze nieuwe benadering zo nieuw en wereldschokkend dat dit alleen maar van De Moeder zelf is kunnen komen. Ayla wordt een volwaardige Zeladoni. Maar door haar vele medische en geestelijke interventies is ze veel van haar tent weg in het Zomerkamp. Haar inmiddels opgroeiende dochter (Jonayla) en haar man Jondolar lijden onder haar afwezigheid. Wanneer Ayla terugkeert nadat ze Jondolars oude moeder was gaan verzorgen, treft ze Jondolar aan met Marona (de plaatselijke hoer) in zijn armen. Ayla wil niet verder meer leven en bij een extreem gevaarlijk experiment met hallucinerende wortels, het kan haar toch niet meer schelen, blijft ze voor dood achter. De Eerste met al haar kennis, staat machteloos en kan haar niet meer helpen. Ayla lijkt op weg naar de volgende wereld. Hoe dan het verder afloopt laat ik aan de lezer over.
Met dit laatste zesde deel komt er een einde aan deze saga. Jean Auel is inmiddels al een eind in de zeventig en dat merk je ook een beetje. De eindeloze herhalingen in dit deel maken het geenszins tot de beste aflevering. Anderzijds zit de schrijfster in de tweede helft van het boek weer volop op haar schrijverstoel en wordt het even boeiend dan in de andere delen. Wanneer “Het lied van de grotten” 300 bladzijden minder was geweest had het een waardige afsluiter geweest. Maar Auel heeft deze kans gemist of is zoals vele ‘groten’ in hun genre, een brug te ver gegaan. Na negen jaar wachten is het ultieme laatste deel een ontgoocheling, dat zeker. Hoewel hier en daar de grootsheid ervan even opnieuw wordt geëvenaard. Dat neemt niet weg dat de vijf voorgaande delen zo geniaal zijn geschreven, om vingers en duimen af te likken, dat het een van weinige (de enige) boeken zijn die ik twee keer heb gelezen. 
PS: zie ook commentaar deel 5 (Een vuurplaats van steen)  in april 2011

dinsdag 7 juni 2011

De begraafplaats van Praag


Umberto Eco

Dit boek van Eco speelt zich af op het einde van de negentiende eeuw. De woelige tijd waarin Italië en Frankrijk nog volop hun nieuwe identiteit zoeken. Simonini is half Italiaans, half Frans en een door en door slecht mens. Hij is een sjacheraar, een onderkruiper, een leugenaar, een moordenaar, maar bovenal: een vervalser. Uit oude boeken scheurt hij de onbedrukte pagina’s en gebruikt die om – voor wie er maar voor betaalt – documenten op te stellen die oud en dus authentiek lijken.
Hij begint zijn carrière als spion in Italië, maar wanneer de grond daar onder zijn voeten te heet wordt, verhuist hij naar Parijs. Hij is een fanatiek jodenhater, een erfenis van zijn grootvader en schuwt geen enkele methode, waar of verdichtsel, om dit volk in discrediet te brengen. Hoewel hij nog nooit een Jood ontmoette, is zijn enige doel de regelrechte vernietiging van de Joden. Zijn vaste opdrachtgever wordt gaandeweg de overheid – de Italiaanse, aanvankelijk, maar ook de Franse en de Russische. Hij moet documenten fabriceren die nu eens de jezuïeten, dan weer de vrijmetselaars belasteren. Zijn eigen preoccupaties brengen hem op het idee om de Joodse begraafplaats in Praag – die hij slechts kent van horen zeggen – erin te betrekken. Die begraafplaats blijkt later nog meermalen in zijn verzinsels dienst te kunnen doen als decor voor sinistere bijeenkomsten, bijvoorbeeld een samenkomst van Joodse leiders die de wereldmacht willen overnemen.

Er lopen heel wat rare figuren rond in dit boek, soms echt vergezocht, maar dan blijkt dat al deze mensen ooit echt leefden en de dingen die beschreven staan ook dachten en deden. Simonini is maar een verzinsel, maar zijn grootvader leefde dan weer wel ooit om zijn antisemitische verzinsel neer te pennen. Het is verbijsterend te lezen welke argumenten en tegenargumenten deze negentiende-eeuwers gebruikten om Joden zwart te maken, en bij uitbreiding de jezuïeten, de vrijmetselaars,... en zo de basis legden voor het ideeëngoed van bv. de nazi's.

Het is een taai boek, maar zijn boeken van Eco dat niet per definitie? Er zijn heel wat belangengroepen, mensen die dubbelrollen spelen, bovendien is Simonini een gespleten persoonlijkheid, wat het lezen niet altijd gemakkelijk maakt. Het boek werd geschreven is de stijl van de negentiende eeuw, met een verteller, met illustraties en met clifhangers.
Een goed boek? Ja, maar mijn favoriete Eco blijft De naam van de roos.