
De wonderjaren van de natuurkunde (1895 - 1945)
Rogier Deckmyn
Op het einde van de 19e en het begin van de 20ste eeuw deden wetenschappers fascinerende ontdekkingen. Langzaam maar zeker ontsluierden geleerden de geheimen rond atomen, straling, kwantummechanica, relativiteit,... Maar, zoals altijd in de geschiedenis, kwam met de kennis ook de mogelijkheid om die te misbruiken voor macht en oorlog.
In dit boek krijg je een overzicht van de zoektocht van mensen, wiens naam nu nog altijd doorklinkt. Hun werk, hun leven, hun kleine kantjes, hun moeilijkheden. Verder kom je ook te weten hoe het besef groeide dat men met al die nieuwe kennis een verschrikkelijk wapen kon maken. Waarom "wonnen" de Amerikanen de race naar de bom en niet bv. de Duitsers, aangezien Duitsland in het begin van de vorige eeuw aan de top stond wat wetenschap betrof? Wat was de rol van de wetenschappers zelf in deze? Hadden sommigen gewetensbezwaren, of net niet? Wie waren de spionnen? Wat waren de onvoorstelbare obstakels om uiteindelijk de bom te maken? Waarom werden ze net boven Hiroshima en Nagasaki gedropt en niet boven enige andere stad?
Wat met de bemanning van de B-29 die de eerste bom dropte?
Dit boek leest als een trein, soms zelfs als een thriller, hoewel je de uitkomst wel weet.
Fysica, politiek, geschiedenis, filosofie, de niet zo fraaie kanten van machthebbers (van welke strekking of ideologie ook), het komt allemaal aan bod in dit interessante boek.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten