woensdag 28 juli 2010

De jongen in de gestreepte pyjama


John Boyne

Bruno is acht jaar oud en woont met zijn ouders en zus in Berlijn. Het is 1943 en vader is net bevorderd nadat de "Furie" bij hen is komen eten.
Bruno is de verteller van het verhaal, hij vertelt hoe ze, kort na het bezoek van de Furie, -zijn zus zegt altijd dat hij te stom is om de naam juist te zeggen- plots verhuizen naar ergens ver weg, naar een weinig aantrekkelijk huis naast een hek. Achter dat hek lopen mensen rond in gestreepte pyjama's. Ze wonen nu in Oudwis, al heeft Bruno geen enkel idee waarom al die mensen daar zijn en waarom hij niet achter het hek mag.
Bruno verveelt zich, met zijn stomme zus kan hij echt niet spelen en gaat op ontdekkingstocht. Zo leert hij Shmuel kennen, even oud als hij, maar altijd aan de andere kant van het hek. Nooit kunnen ze samen spelen, maar ze worden dikke vrienden.

Een verhaal in een simpele, heldere stijl, tenslotte is het een kleine jongen die het verhaal vertelt en niet eens de helft begrijpt van wat er rond hem gebeurt. Het leest dus vlot en vooral het slot is redelijk verrassend en blijft nog wel even nazinderen.

dinsdag 27 juli 2010

Café Babylon


Marsha Mehran

Drie zussen, Marjan, Bahar en Layla zijn gevlucht uit Iran en zijn na een aantal omzwervingen beland in het Ierse dorpje Ballinacroagh. Daar besluiten ze een eetcafé te openen. De dorpelingen die niet veel meer gewoon zijn dan de vette, ongezonde dagschotel in de lokale pubs, vallen al snel voor de wonderlijke en geurige gerechten van de zusjes Aminpour. Ondanks felle tegenwerking en de nodige vooroordelen van de plaatselijke dorpstiran, niet toevallig ook de eigenaar van de pubs en zijn oerconservatieve, oerdegelijke en vooral verzuurde aanhang, brengen de hemelse gerechten van de jonge vrouwen een en ander teweeg in de kleine gemeenschap.

Een verhaal verteld in geuren en kleuren, je krijgt er gewoon honger van (gelukkig krijg je de recepten er bij).
Een mooi boek, grappig, over vriendschap en liefde en hoop.

zondag 25 juli 2010

Het lot van de familie Meijer


Charles Lewinsky

Het verhaal begint in 1871, in de joodse gemeenschap van het dorpje Endingen, in de buurt van Zürich. Beheimesoucher (veehandelaar) Salomon Meijer en zijn vrouw Golde hebben twee dochters op huwbare leeftijd. De op luxe gestelde Mimi is een echte dochter. Haar zus Chanele is 'slechts' geadopteerd, en dus wordt ze meer behandeld als dienstmeid dan als een volwaardige telg van de familie. Op een avond klopt Janki aan, een ver familielid, die de rust komt verstoren.

Hiermee wordt de toon gezet van een verhaal dat vijf generaties omvat en loopt tot 1945.
De roman verhaalt over het antisemitisme dat altijd sluimert en hoe langer hoe meer op de voorgrond treedt, reeds lang voor het nationaal-socialisme bestond. Anders dan anders is dat dit boek vooral speelt in het "veilige en neutrale" Zwitserland.

Dit is een heel mooi boek geworden, een dik boek ook, maar toch heb je spijt als het uit is.
Een aangename stijl, boeiend geschreven. Het enige waar je, vooral in het begin moet aan wennen zijn de vele joodse woorden, met verklarende lijst achteraan weliswaar, maar dat breekt het leesritme wel wat. Na een tijdje ken je de meeste woorden echter en is dit probleempje min of meer van de baan.
Wat wel tot nadenken aanzet: die kleine verschillen tussen religies worden irritaties, omgezet in wetten die verbieden, toen, maar ook nu,...

donderdag 22 juli 2010

Histoire d'O


Auteur: Pauline Réage      
'O' is een jonge dame die zeer verliefd is op René en in hoge mate verlekkerd op S/M. Zij wil vernederd en pijn gedaan worden en daarin heeft ze in René een goede partner gevonden.
René brengt haar (zo begint de roman) naar een pijnkliniek, Roissy, waar ze de grofste vernederingen leert te ondergaan. Eens haar ‘cursus’ erop zit, leent René haar uit aan zijn beste vriend Sir Stephen, die de gekende technieken nog verder ‘verfijnd’. Wanneer SIr Stephen haar op het einde van het boek dreigt te verlaten, heeft ze nog maar twee mogelijkheden. Ofwel keert ze terug naar Roissy, want bij René kan ze niet meer terecht, ofwel ondergaat ze de grootste pijn die je maar kunt verdenken, namelijk zelfmoord plegen. Sir Stephen geeft haar de toelating om zelfmoord te plegen. Hoe het echter afloopt zullen we nooit weten want dat hoofdstuk werd nooit geschreven.Of het een goede roman was ? Middelmatig. Wanneer men een boek schrijft en beoogt enkel spanning of horror of -in dit geval- pornografie, komt dat meestal wat overdreven over. Dit boek leidt hier wat aan. Het is meestal veel spannender, afschrikwekkender of sensueler wanneer er een goed verhaal verteld wordt en zulke elementen er inzitten. Réage (is een schuilnaam) zou dit verhaal geschreven hebben als weddenschap dat een vrouw geen erotisch verhaal kan schrijven. Wel ze is daarin gelukt, alleen blijft de vraag of het een goed verhaal is geworden.

vrijdag 16 juli 2010

Enigma

Auteur: Robert Harris
             Deze roman komt uit dezelfde hand van de schrijver als Imperium, Lustrum en Pompeii, (zie aldaar).
Het verhaal speelt zich af tegen WO II (zoals Captain Corelli’s Mandoline of Wieg van mijn vijand, zie bespreking aldaar) maar is niet echt een oorlogsboek.
Voor wie de Enigmamachine niet kent (dan is dat een gat in je geschiedenis), dat was een soort typemachine maarmee de Duitsers teksten mee kon versleutelen. Het bevatte drie –later vier- rotors, telkens men een letter indrukte versprongen de rotors en gaven ze de versleutelde letter naar gelang de daginstelling. Zo zou het woord ‘bespreking’ met de daginstelling vandaag er als volgt uitzien (voorbeeld) DHEVN OPAMI en dag nadien KQLRN CVOEG. Totaal geen overeenkomst. De combinaties met de rotors zorgden voor een theoretisch aantal mogelijkheden van ongeveer tien tot de drieëntwintigste. De Britse onderzoekers onder leiding van de briljante wiskundige  Alan Turing kwamen erachter dat er ‘slechts’ twee miljoen mogelijkheden waren. Turing construeerde ‘bombes’, snel draaiende assen die speurden naar  een mogelijke begrijpbaar tekenreeks. Eigenlijk waren dit de voorlopers van de eerste mechanische computers. Later tijdens de oorlog zou men deze taak door een elektronenbuis laten doen, wat niet alleen veel sneller was  maar waardoor de eerste echte computer een feit werd. (De Amerikanen hebben altijd beweerd dat zij de eerste waren, tot de geheime documenten van Bletchley Park in de jaren ’70 vrijkwamen en men zo kon bewijzen dat de Britten de eerste waren.)
In Bletchley Park hadden de onderzoekers onder de codenaam Ultra een project opgezet om de Enigmacode te breken. Deze verkregen Ultra-informatie was zeer nuttig –zo niet levensbelangrijk- op de Atlantische Oceaan, waarover vrachtschepen in konvooi vanuit de US en Canada onmisbare voorraden naar de Britse en Sovjet-Russische bondgenoten vervoerden. Na een moeilijke beginperiode braken de experts in Bletchley Park bijna routinematig de Kriegsmarinecodes. Omdat nu de posities van de U-boten bekend waren, konden de konvooien uit de buurt van de U-boten gehouden worden.
De bevelhebber van de Duitse duikbootvloot, admiraal Karl Dônitz werd achterdochtig door de tanende resultaten van zijn U-boten, hij dacht dat er spionnen in het spel waren. De Duitse inlichtingendienst, de Abwehr verzekerde hem ervan dat Enigmacode onbreekbaar was. Aan cryptoanalyse van de berichten had hij niet gedacht.
In februari 1942 werd het Enigma-M4-model met vier rotors ingevoerd. De nieuwe gecompliceerde code, die in Bletchley Park de codenaam Shark (Haai) kreeg, veroorzaakte een grote crisis bij de codebrekers. Bovendien waren in januari van dat jaar nieuwe Wetterkurz-schlüssel-codeboeken in gebruik genomen, waardoor Bletchley Park vrijwel geen aanknopingspunten meer had.
Tegen deze achtergrond speelt de roman af. Tom Jericho is een geniale cryptoanalyticus en wordt door zijn chef uit ziekteverlof (hij was overwerkt) geroepen om de crisis mee te helpen oplossen omdat zojuist de Duitsers de nieuwe code Shark (Haai) hadden ingevoerd. In flash backs komen we te weten dat hij zonet een relatie had met een mooi blond meisje, Claire, die in barak 3 werkte, (in Bletchley Park werden de afdelingen benoemd onder ‘barak’ en een nummer) terwijl hijzelf in barak 8 dienst deed. Tom weet waar haar sleutel verborgen ligt en omdat hij haar maar niet kan bereiken, doorzoekt hij haar huis en vind enkele onontcijferde  Enigma-berichten. Rond dezelfde tijd verdwijnt Claire spoorloos en verandert de sleutel van Enigma. Is het toeval of is Claire, die beroepshalve uitstekend Duits spreekt, een spionne die voor de Duitsers werkt ?
Intussen is er een gigantisch konvooi handelsschepen met noodzakelijke proviand, erts en wapens onderweg met een groot aantal burgers en militairen aan boord, richting Groot-Brittannië. Ultra onderschept de radioberichten dat U-boten vertrokken zijn uit Europese havens om het konvooi te kelderen. Ze berekenen dat ze slechts 2 dagen hebben om de ‘Shark’ te breken. De Britse geheime dienst onderzoekt de verdwijning van Claire en de bevindingen en verdachtmakingen wijzen ook naar Tom. Tom ziet zich genoodzaakt om zelf op onderzoek uit te gaan.
Een schitterende roman die niet alleen haarscherp het armoedig leven schetst tijdens WO II, maar ook dat de Britten, de Russen en de Amerikanen niet zulke grote vriendjes waren die de geschiedenis ons dikwijls wil laten geloven, kortom de historisch achtergrond wordt feilloos beschreven, Alan Turing speelt slechts een klein rolletje is deze spannend no-nonsens thrilller nochtans komt het ‘spannende’ in het boek niet rechtstreeks van de gebeurtenissen op zich, maar vooral van een onbekende dreiging.
Tom, de andere cryptoanalisten, Claire, de figuren van de Britse geheime dienst en het verhaal zelf, is natuurlijk verzonnen.
Robert Harris vond ik al uitstekend in Pompeii en in Imperium. Maar Enigma is misschien nog wel sterker geschreven, bij mij duikt deze roman in de top twintig boeken aller tijden.

woensdag 14 juli 2010

Met angst en beven (Stupeur et tremblements)

Auteur: Amélie Nothomb
Nog een autobiografisch werkje van ‘onze’ Belgische gevierde Franstalige sterschrijfster. Amèkie Nothomb is afgestudeerd, zoekt en vindt werk bij de Japanse multinational Yumimoto. Met haar universitair diploma zal ze toch wel een ‘serieuze’ betrekking kunnen invullen, niet ?
Maar dat is zonder het typisch traditionele Japans denkpatroon gerekend waarin bij bedrijven nog kadaverdiscipline en een onwrikbare hiërarchie heerst.
‘Een grootse Nothomb’, schrijft De Morgen, ‘zelden werd het onbegrip tussen twee culturen zo scherp en genadeloos, maar ook zo hilarisch getekend.’
Inderdaad een (klein) literair werkje, maar eentje om echt van te snoepen.

woensdag 7 juli 2010

Het huis van de moskee


Kader Abdolah

De familie van Aga Djan is al eeuwenlang de belangrijkste familie in de Iraanse stad Senedjan. Zij wonen in het huis naast de Djomè-moskee, de grootste moskee van een stad waar het vrijdaggebed wordt gehouden. Van generatie op generatie komt de imam van de moskee uit de familie van Aga Djan; als het verhaal opent, is dit zijn neef Alsaberi. Als tapijtverkoper staat Aga Djan bovendien aan het hoofd van de bazaar en heeft economische macht. Maar langzaam verandert alles, de sjah wordt afgezet en ayatollah Khomeini komt aan de macht.
Kader Abdolah vertelt in deze roman over de geschiedenis van Iran door in te zoemen op de invloed van de historische gebeurtenissen op deze familie. Als de revolutie wordt voorbereid en uitbreekt, komt de samenleving onder druk te staan en verliest de familie al hun invloed en valt volledig uit elkaar.

Een heel mooi boek, in een direkte stijl, maar met -letterlijk- veel poëzie.
Kader Abdolah is geboren in Iran, maar leeft al vele jaren in Nederland en schrijft ook in het Nederlands.