
Rani Manicka
De schrijfster wil met dit verhaal een ode brengen aan haar grootmoeder, een sterke vrouw, die door iedereen de rijstmoeder, "de geeftser van leven" werd genoemd.
Lakshmi werd in 1916 geboren in Ceylon. Ze trouwde op haar vijftiende met een veel oudere, rijke man. Ze verhuist daarom naar Maleisië en zal haar moeder of haar land nooit meer zien. Eenmaal aangekomen in Maleisië blijkt dat haar man helemaal niet rijk is, maar in een armzalig hutje woont, een bankbediende is met een berg schulden.
Lakshmi blijft niet bij de pakken zitten en neemt kordaat de boel in handen. Ondertussen krijgt ze zes kinderen in vijf jaar. De oudsten, een tweeling zijn haar lievelingskinderen.
Lakshmi is een harde vrouw die geen liefde kan tonen, altijd aan het werk, altijd in de weer om haar kinderen de best mogelijke kansen te geven, al zal er geen een in slagen de dromen van hun moeder waar te maken. Aandacht en liefde vinden de kinderen bij hun goedige, wat sullige vader.
Tijdens de bezetting van Maleisië door de Japaners in WO II, wordt het leven nog veel zwaarder en het gezin betaalt een zware tol, die hen en volgende generaties zal tekenen.
Vooral de eerste driekwart van het boek zijn heel goed en mooi geschreven, in de stijl van zovele Aziatische schrijfsters. Het laatste stuk, de verhalen van de kinderen en kleinkinderen, valt een beetje minder goed uit. Het is niet slecht, maar de laatste hoofdstukken halen toch niet het niveau van de eerste. Toch blijft het boek het lezen waard.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten